|
|
|
|
|
3-05-2009
|
ADOBE PHOTOSHOP LIGHTROOM VERENIGBAAR MET
|
|
Met de introductie van Lightroom 2 zijn enkele extra toepassingen en verbeteringen aan de Afdruk module toegevoegd. Een aanvulling op een eerdere lesbrief over afdrukken voor Mac OS x gebruikers is daarom zinvol.
|
|
|
|
Stap 1 - Pagina-instelling
|
|
|
|
Klik op Pagina-instelling in de module Afdrukken; Figuur 2 verschijnt Selecteer de juiste printer Selecteer het gewenste Papierformaat Zorg er voor dat Vergroot/verklein op 100% staat (het aanpassen van de schaal in de Pagina-instelling is schadelijk voor de afdrukkwaliteit) Klik op OK als alles naar tevredenheid is ingesteld.
|
|
Stap 2 - Instellingen Afdruktaak
|
|
Fig. 3 - Kleurbeheer door printer
|
|
Klik op Profiel: Beheerd door Printer. Het keuzemenu zal verschillende ICC profielen bevatten of slechts twee keuzes: Beheerd door Printer en Overige…. Kies Overige als er geen profielen zijn verschenen en kies een profiel uit de ColorSync map (Figuur 4). Je moet de profielen aantikken voordat ze voor Lightroom beschikbaar zijn. Klik OK om de lijst te sluiten. Stel vervolgens de gewenste afdrukresultaten in (zie Figuur 5) |
|
![]() Fig. 5 - Instellingen voor de Afdruktaak |
|
| Zet de Afdrukresolutie op AAN of UIT door een vinkje in het hokje er voor. De standaard waarde is 240 ppi, maar je kunt elke waarde opgeven die je wilt. Zo is bijvoorbeeld bij de Epson 3800 een resolutie van 360 ppi gebruikelijk omdat dit de natuurlijke resolutie is van deze specifieke printer. Als de Afdrukresolutie UIT staat zal Lightroom de resolutie aanpassen en afmetingen van de afdruk aanpassen zonder nieuwe beeldpixels te berekenen (up/down sampling). In het geval van AAN zal Lightroom de resolutie handhaven zoals die in ingesteld (b.v. 240 ppi) de schaal van de afdruk wijzigen door nieuwe beeldpixels te berekenen. In het algemeen kan de Afdrukresolutie het beste UIT staan. Bij Afdruk verscherpen zijn er vier mogelijkheden: UIT, LAAG, STANDAARD en HOOG. De werkelijke verscherping laat Lightroom afhangen van het mediumtype en de afdrukresolutie. Selecteer het Mediumtype (Mat of Glanzend). Glanzend kan het beste gebruikt worden bij glanzend, half-glanzend, satijn of Bariet-achtig papier. Mat kan het beste worden toegepast bij mat, vezelig en ander papier met een ruw oppervlak. Als je printer 16-bits uitvoer ondersteunt is het de moeite waard om deze AAN te zetten. Selecteer het Profiel waarmee je wilt afdrukken Zet de Rendering intent op Relatief of Perceptueel. In de meeste gevallen schijnt Relatief tot de beste resultaten te leiden, maar het is altijd de moeite waard om een afdruk te maken in Perceptueel om te kijken of er iets verbetert. |
|
Stap 3 - Instellingen printer
|
|
|
|
Het scherm zoals weergegeven in Figuur 7 wijkt af van de serie 3.x drivers waarmee Mac OS X gebruikers vertrouwd waren. Eigenlijk is er geen reden voor de verwarring, die op bijna elke website over Lightroom of Leopard naar voren komt. Waarom raken ervaren en minder ervaren gebruikers van Lightroom bij het gebruik van de nieuwe drivers de kluts kwijt?
|
|
![]() Fig. 8 - Afdrukken - Printerinstellingen |
|
| Selecteer Printerinstellingen uit het pop-up menu waar normaal Layout staat (Figuur 8 staat nu open) Kies het Afdrukmateriaal dat overeenkomt met het profiel dat onder Stap 2 hierboven is aangegeven. Bij Kleur heb je de keuze tussen Kleur en Zwart; kies Kleur. Bij Modus kies voor Geavanceerd Bij Afdrukkwaliteit kies voor Beste Foto. Hoge snelheid en Spiegel afbeelding worden niet aangevinkt. Bij Glansversterker kun je kiezen tussen Uit en Aan; kies bij voorkeur voor Aan Ga nu terug naar het pop-up menu waar nu Printerinstellingen voor staat en selecteer Kleurenbeheer (Figuur 8a) |
|
![]() Fig. 8a - Afdrukken - Kleurenbeheer |
|
Activeer de keuzemogelijkheid Uit (Geen kleuraanpassing). Voor alle duidelijkheid: hiermee wordt de kleurbeheersfunctie van de printer uitgeschakeld en blijft de kleursbeheerfunctie van Lightroom actief via het aldaar ingestelde kleurprofiel. Stap 4 - Afdruksjablonen
|
|
![]() Fig. 9 - Nieuw Sjabloon |
|
| Als het Nieuwe Sjabloon dialoogvenster verschijnt (Figuur 9), geef dan een beschrijvende naam (b.v. R800_A4_EpsonPrem_Gloss_Land). Dit voorbeeld bevat printer model, afmeting van het papier, soort papier en oriëntatie. Zorg er ook voor dat je de plaats van het sjabloon (Map) op de standaardwaarde Gebruikerssjablonen laat staan. Klik op Maken en het nieuwe sjabloon zal verschijnen binnen het onderdeel Gebruikerssjablonen aan de linkerkant van het scherm voor de Afdrukmodule (Figuur 10) |
|
|
|
| Kijk uit! Iedere verandering - bedoeld of onbedoeld - die je vervolgens maakt in de instellingen aan de rechterkant van het scherm zal het actieve Afdruksjabloon overschrijven. Je kunt duidelijk zien welk sjabloon actief is, want dat wordt licht weergegeven. Alvorens een afdruk te maken moet het van toepassing zijnde sjabloon geselecteerd zijn. Tip: Je kunt een bestaand sjabloon aanpassen aan nieuwe instellingen door Ctrl+klik op de naam van het sjabloon in de Sjabloonbrowser en vervolgens in het keuzemenu te kiezen voor Bijwerken met huidige instellingen. Als alles nu correct is ingesteld, zal het maken van een afdruk een betrekkelijk eenvoudige procedure zijn. Selecteer de foto(‘s) die je wilt afdrukken in de Bibliotheek module Schakel over naar de Afdrukken module. Selecteer een Afdruksjabloon uit de Sjabloonbrowser. Hiermee worden automatisch pagina-afmeting en layout, profiel, rendering intent, verscherpen en printpatroon ingesteld. Klik op Eén afdrukken. Deze knop zal voorbijgaan aan het printer dialoogvenster en zal slechts één kopie van elke geselecteerde foto afdrukken. |
|
|
________________________________________
Alle rechten voorbehouden © Henk Backer 2003 - 2009 |