|
DEEL 5 - DE KEUZE VAN DE FILM
Spiderock en Wolken; Originele kleuren dia en
zwart-wit versie die in Photoshop is gemaakt.
Alle foto's in fit artikel zijn gemaakt bij Spiderock in het Canyon
de Chelly National Monument, Arizona, USA. De vergelijking van de verschillende
opnames is hierdoor gemakkelijker en het laat tevens zien hoeveel verschillende
opnames van één onderwerp kunnen worden gemaakt. Deze foto's
zijn gemaakt gedurende de zeven en een half jaar dat ik in Chinle aan
de monding van de Canyon de Chelly woonde.
1 - Inleiding
Het kiezen van een film. Dit onderwerp lijkt merkwaardig en ouderwets.
"Niet meer van belang" zul je zeggen. Immers, menigeen heeft
de film afgezworen en voor hen die dat nog niet hebben gedaan is het slechts
een kwestie van tijd om het alsnog te doen. Zelf volhardt ik nog steeds
in het gebruik van film, maar enkel omdat digitale een achterwand voor
een 4x5 technische camera duur en onhandig is.
Ik werd mij bewust van het tempo waarmee film aan het verdwijnen is door
de vraag van een teenager "hoe fotografen hun beelden vastlegden
voordat de digitale manier was uitgevonden". Voordien gebruikten
we film en daar voor gebruikten we lichtgevoelig materiaal zoals glasplaten
en daguerreotype en - nog erger - papier bedekt met verschillende soorten
lichtgevoelige emulsie.
2 - Een blik in het verleden
Camera's zijn steeds beter mee te nemen en dat is van invloed geweest
op het wezen van de landschapfotograaf. Vandaag de dag gaan we het veld
in met camera's die licht van gewicht zijn, snelwerkend, robuust en betrouwbaar.
Natuurlijk blijft het sjouwen met de uitrusting en het gewicht hangt af
van het formaat dat we gebruiken en hoeveel spullen we mee willen nemen.
Desondanks is ons werk een stuk gemakkelijker dan honderd jaar geleden.
De eerste Amerikaanse landschapfotografen namen hun apparatuur niet mee
in een camerarugzak, maar gebruikten een lastdier. Ezels en paarden waren
net zo belangrijk als camera's en lenzen. Als je een foto wilde maken
moest je eerst een tentdoka opzetten zodat je de glasplaten met de juiste
emulsie kon bewerken. Die emulsie moest je dan eerst zelf maken en het
was dus belangrijk in de buurt van water te zijn. Een droog kamp betekende
geen foto en een rivier of een meer bood een kans tot productiviteit en
creativiteit. Na het belichten moest de glasplaat onmiddellijk ontwikkeld
worden, dus terug in de tent en datgene doen wat een beeld op het glas
zou doen verschijnen. Dan had je de keus om op de plek te overnachten
of verder te trekken naar een volgende fotogenieke plek. Dat verschilt
nogal van wat velen tegenwoordig doen. Van locatie naar locatie rijden,
zorgeloos digitaal fotograferen en de beelden downloaden tijdens het rijden.
Een andere mogelijkheid voor landschapfotografen in vroeger tijden was
de Daguerreotype. Hoewel voornamelijk gebruikt voor portretten, zijn er
ook Daguerreotype van landschappen gemaakt. En ook hier moest een tent
worden gebruikt en kwik was nodig voor het ontwikkelen. Kenmerkend voor
de Daguerreotypist was dat hij zijn daguerreotypie ontwikkelde met een
doek over zijn hoofd om het beeld op de metalen plaat te zien opkomen
en ondertussen de kwikdampen met volle longen inademde. Velen eindigden
in psychiatrische klinieken met beschadigde hersenen en zenuwen tengevolge
van die kwikdampen. Het is interessant dat kwik ook door hoedenmakers
bij hun werk werd gebruikt met dezelfde beschadigende uitwerking op het
verstand van de hoedenmaker. Lewis Carroll heeft deze praktijk beroemd
gemaakt met de metafoor over de malle hoedenmaker in Alice in Wonderland.
Malle Daguerreotypist zou ook toepasselijk zijn geweest, maar heeft nooit
het stadium van bekendheid bereikt. Misschien was dit wel gelukt als Lewis
Carroll een fotograaf in zijn rolbezetting zou hebben gebruikt, waardoor
dan het gevaarlijke aspect van de fotografie meer bekendheid zou hebben
gekregen.
In ieder geval zijn we nu zover dat film aan het verdwijnen is en wordt
vervangen door digitale vastlegging en desondanks schrijf ik een artikel
over de keuze van film. Zou ik zelf kwikdampen hebben ingeademd?
Maak je geen zorgen, mijn verstand is nog gelijk aan dat van voorheen.
Eigenlijk zou dit artikel nu wel eens meer dan ooit op zijn plaats kunnen
zijn. Nu we digitale fotografie hebben is de keus met betrekking tot kleur
of zwart-wit, verzadiging of niet, enzovoort van groter belang en de mogelijkheden
zijn veelvuldiger dan ooit. Als je namelijk een opname in raw-formaat
maakt met een digitale camera ben je zelf verantwoordelijk voor de ontwikkeling
van het plaatje. Jij moet beslissen of het een beeld in kleur wordt of
in zwart-wit en over de mate van verzadiging en contrast. Kortom, jij
bent de fotolaborant. Laten we eens nagaan wat deze nieuwe werkelijkheid
omtrent film gaat betekenen.
3 - De film en het kijken
Allereerst moeten we in de gaten houden dat de keuze van de film (of de
keuze omtrent raw conversie, zoals we straks zullen zien) begint met kijken.
Fotografie heeft alles te maken met kijken, zoals in het eerste artikel
van deze reeks is uiteengezet. Alle artikelen in deze reeks hebben niet
alleen betrekking op elkaar maar hebben eveneens te maken met kijken.
Hetgeen je ziet voordat je de foto maakt is van invloed op alle beslissingen
die je later er over neemt. Omtrent filmkeus zul je je moeten afvragen:
· Zie ik het tafereel in kleur of in zwart-wit?
· Zie ik kleur met een hoge of met geringe verzadiging?
· Zie ik een zwart-wit beeld met hoog of met gering contrast
· Zie ik simpel zwart-wit of zie ik sepia (of een andere kleurtoon)?
Een nuttig hulpmiddel is het beeldfilter. De meest gebruikte is Kodak
Wratten #90. Dit filter neemt alle kleur uit het beeld weg en laat je
het tafereel in zwart-wit zien. In werkelijkheid geeft het filter een
zwakke geelachtige toon, maar als je het een tijdje gebruikt raak je daaraan
gewend en ervaar je zwart-wit. Je ziet alleen nog maar contrastverhoudingen
en gradaties van grijs, wit en zwart. Omdat de natuurlijke wereld in kleur
is, laat het zwart-wit beeld een abstractie zien en het is niet eenvoudig
om je dat voor te stellen. Het Kodak #90 filter is daarom een uitkomst.
Fabrikanten van filters kunnen van land tot land verschillen. De beter
fotozaak zal je ongetwijfeld van dienst kunnen zijn.
Er bestaan ook beeldfilters voor kleurenfilms. Deze pogen het contrast
van speciaal kleurenfilms na te bootsen. Tegenwoordig is contrast geen
punt meer met de digitale manier van werken. Het filter is een tamelijk
onnauwkeurig middel om het contrastniveau te beoordelen. Een spotmeter
is veel handiger. Ik gebruik nog wel eens mijn zonnebril en met een polaroid
bril kan het gebruik van een polarisatiefilter worden nagebootst, zodat
je dit filter niet iedere keer voor de dag hoeft te halen.
Digitaal werkers hebben geen filters meer nodig om kleuren te beoordelen.
Een blik op het LCD scherm is voldoende om te laten zien hoe de camera
het tafereel ziet. Dit is één van de voordelen van de digitale
camera.
4 - Het belang van RAW conversie
Zoals de digitale werker weet is het RAW bestand het voorlopige beeld
en is de RAW conversie te vergelijken met het ontwikkelen van een film.
Maar RAW conversie is meer dan dat; het bergt ook het element van filmkeuze
in zich. Tijdens de conversie bepaal je of je een kleurenfoto of een zwart-wit
foto wilt en of je meer of minder kleurverzadiging in je beeld wilt aanbrengen.
In wezen zijn deze keuzes vergelijkbaar met het gebruik van een meer of
minder verzadigde film.
In oorsprong hebben fotografen zich bij hun filmkeuze laten leiden door
de wens om een bepaalde kleurstelling te bereiken in de uiteindelijke
afdruk. Bij voorbeeld, Fuji Velvia is populair geweest bij landschapfotografen
vanwege de verzadigde kleuren en het hoge contrast. Hoewel het hoge contrast
de vast te leggen waarden beperkt, biedt de verzadiging en de betrouwbaarheid
van de kleurweergave daarentegen een gunstig ruilmiddel voor veel fotografen.
Kodachrome was gewild voor de warme kleuren en de kracht om rode tonen
weer te geven. Ektachrome had de voorkeur voor koelere kleuren vanwege
de vage blauwzweem.
Andere keuzes komen ook voor. Zo gebruik ik zelf graag Fuli Provia, een
film met een lagere verzadiging en minder contrast dan de Velvia. Desnoods
verhoog ik verzadiging en contrast in Photoshop, wat ik overigens zelden
doe omdat ik momenteel aan minder verzadiging en contrast de voorkeur
geef.
Een andere mogelijkheid is het gebruik van negatief films. Redacteuren
hebben deze lang links laten liggen omdat je naast de negatieven ook positieve
contactafdrukken nodig hebt om de kleuren te kunnen beoordelen. Nu zijn
negatieven echter vergelijkbaar met dia's nadat ze zijn gescand. Alle
digitale beelden zijn nu positief; het maakt niet uit of ze van een dia
film, een negatief film of een digitale camera afkomstig zijn. Het belangrijkste
voordeel van negatief film is dat ze meestal een groter dynamisch bereik
hebben dan dia films. Je kunt dus een groter bereik vatten in omstandigheden
met een groot contrast. Verder is de kleurverzadiging wat lager, wat een
voordeel is als je behoefte hebt aan zachte, subtiele kleuren.
5 - Kleur of KLEUR?
Nu verzadiging niet langer een zaak is van een filmfactor alleen, of van
een factor van de digitale camera die je gebruikt, is het een kwestie
van persoonlijke voorkeur geworden. Verzadiging is nu iets waarover we
zelf kunnen beslissen. En we kunnen er eindeloos mee variëren in
Photoshop.
Dit betekent wel, dat we moeten vertrouwen op ons eigen oordeel en op
onze goede smaak in plaats van op de karakteristieken die de fabrikant
ons voorschotelt. Het betekent ook dat, als we onze toeschouwers niet
kunnen behagen, we de fabrikant niet meer de schuld kunnen geven voor
overdreven kleurverzadiging of contrast. We moeten ons nu zelf de kritiek
(als er al kritiek is) aantrekken en de verantwoordelijkheid er voor dragen.
Persoonlijk geef ik tegenwoordig de voorkeur aan zachte minder verzadigde
kleuren zoals ik al eerder schreef. Dit was niet altijd zo. Ik had mijn
Velvia-momenten en ik heb ook een tijdje laten meeslepen met de Velvia-Cibachrome
manie. Maar dat is nu verleden tijd. Gedurende de laatste vijf jaar heb
ik steeds meer een hekel gekregen aan de over-verzadigde, over-contrastrijke
beelden die waren gemaakt met film die zo'n beperkt contrastbereik hadden,
dat daardoor bepaald werd met welk licht gefotografeerd moest worden.
Het een en ander wil niet zeggen dat ik nooit meer een kleur-verzadigde
afdruk zal maken. Wel, dat mijn huidige werk er op is gericht om te onderzoeken
welke de mogelijkheden van de huidige technologie zijn en om te ontdekken
wat kan worden bereikt met foto's die een subtiele kleur met een matige
verzadiging hebben.
6 - Wij gebruiken film of digitale opname en
we laten ons niet door film gebruiken
Kleuren diafilms als Velvia versterken contrast en kleur verzadiging.
Als je zo'n film gebruikt bij een tafereel dat saai en kleurloos lijkt
verschijnen volledig verzadigde kleuren in de dia.
Het karakter van Velvia heeft - tengevolge van het werk van talloze fotografen
- invloed gehad op de keuze van de lichtomstandigheden waarin de film
wordt gebruikt. Je zoekt dus naar taferelen waarin weinig contrast en
weinig kleurverzadiging voorkomen. De film versterkt ze wel. Omgekeerd
zul je vermijden de film te gebruiken waarbij de hoge lichten en de verzadiging
worden overdreven.
Velvia fotografen geven de voorkeur aan schaduwrijke of bewolkte omstandigheden.
In die gevallen probeer je dus te vermijden dat er delen met direct licht
voorkomen, de zogenaamde hotspots. Zonsondergang of zonsopkomst is gunstig
omdat - hoewel er een groot contrast voorkomt - de kleuren de kleuren
zacht en kleurrijk zijn. Een grijsfilter kan van pas komen om het hoge
contrastverschil tussen lucht en land te temperen.
Dit alles lijkt tamelijk vanzelfsprekend voor de meeste landschapfotografen.
Schaduwrijke en bewolkte condities, zonsopgang en -ondergang zijn ideaal
voor landschapfotografie waarbij je alleen met films als Velvia kunt werken
zonder dat schaduwen dichtlopen en hoge lichten worden uitgevreten.
Als je van dit soort licht houdt, prima, maar als er tevens direct licht
voorkomt worden de mogelijkheden door Velvia ernstig beperkt.
Wat ik probeer naar voren te brengen is, dat we een hele generatie fotografen
hebben gehad waarvan de stijl is gevormd door Fuji Velvia. Daar is niet
mis mee. Hun werk is schitterend en verdient alle aandacht en waardering.
Maar laten we niet vergeten dat er leven is na Velvia en dat er andere
kansen zijn om te excelleren. Ik ben nu bezig om deze mogelijkheden te
onderzoeken en waarvan ik je graag bewust maak. Geen kritiek op "Velvianisme"
maar meer een opmerking dat het een manier is geweest en dat het niet
de enige manier is om een kleurenfoto te maken.
7 - Kleur of zwart-wit?
Net zoals de keuze omtrent kleur moeten we zwart-wit in aanmerking nemen.
Voor het digitale tijdperk moesten we deze keuze maken in de camera en
bij het maken van de opname. Kleurenfilm of zwart-wit film. Misschien
hadden we Kodak Panalure papier kunnen gebruiken waarmee we kleurnegatieven
in zwart-wit konden afdrukken. Hoewel het soms wel leuk was om te doen,
waren de resultaten nooit vergelijkbaar met een mooie zwart-wit afdruk
(Zilver-gelatine afdruk) van een goed ontwikkeld zwart-wit negatief.
Nu kan de keuze worden uitgesteld totdat het beeld in de computer zit.
Met film wacht ik tot na het scannen. Met digitaal maak ik de keuze tijden
de RAW conversie. Zowel met Photoshop RAW als met Capture One kun je de
thumbnails in zwart-wit bekijken zodat je een volledig zwart-wit verwerking
hebt. In beide gevallen zet je de schuifregelaars op zwart-wit en sla
deze instelling op als zwart-wit voor toekomstig gebruik.
Hoe dan ook, op een gegeven moment moet je besluiten of je een zwart-wit
foto wilt of niet. Kleur is boeiend en kleurreproductie zo nauwkeurig
dat er over zwart-wit niet eens wordt nagedacht. Toch is zwart-wit een
reële mogelijkheid die je tot dingen in staat stelt die in kleur
niet kunnen.
Goede kleurenfoto's zijn vaak ook goede zwart-wit foto's. Kijk maar eens
naar een kleurenfoto door een Kodak #90 filter en dat komt omdat goede
foto's een goede compositie hebben. Compositie is de ruggengraat van een
foto. En omdat compositie afhangt van de plaats van voorwerpen in het
beeld en van hoe lijnen lopen staat het los van kleur. Eigenlijk is compositie
bij fotografie wat schetsen is bij het schilderen. Schilderen gebeurt
in kleur en schetsen in zwart-wit of sepia. Veel schilders maken eerst
een schets voordat ze gaan schilderen. De schets is bedoeld om de compositie
uit te proberen. Compositie is een proces in zwart-wit en wordt niet bepaald
door kleuren maar door vormen, lijnen en het arrangeren van de voorwerpen
op een manier dat er een plezierige dieptewerking ontstaat.
Natuurlijk kan een compositie ook in kleur worden gemaakt. Kleur is dan
het meest bepalende element van het tafereel. Toch zijn deze composities
meer uitzondering dan regel in landschapfotografie en ontaarden meer in
een persoonlijke stijl dan in een begrijpelijke weergave van het landschap.
Bij voorwerpen die zijn vervaardigd kan de kleur een belangrijk element
zijn. Een beschilderde muur, een stel schalen in verschillende kleuren
of een waslijn met gekleurde kleding zijn enkele voorbeelden. In de natuur
is kleur zelden het belangrijkste element maar des te vaker het ondersteunende
aspect. Het zijn de bomen, de rotsen, een kloof, een weg of één
van de talloze andere natuurlijke voorwerpen.
Hoe dan ook. Ik raad je aan om eens naar een kleurenfoto te kijken door
een Kodak #90 filter. Daar kun je nog wat van leren.
|
|
 |
Spiderock in een sneeuwstorm; Links staat de originele
kleurenfoto. De zwart-wit versie is in Photoshop gemaakt. Ik dacht eerst
dat ik aan die de voorkeur zou geven omdat er zo weinig kleur in de originele
versie voorkomt. Toch vond ik bij nader inzien dat het kleine beetje kleur
iets unieks aan de foto gaf.
8 - Duotonen, tritonen en quadritonen
Het is geen slecht idee om eens aandacht te besteden aan de alternatieven
die Photoshop biedt voor zuiver zwart-wit: duotonen, tritonen en quadritonen.
Dit zijn afbeeldingen waarin meer dan één kleur inkt is
gebruikt om een subtiel idee van kleur weer te geven. In zuiver zwart-wit
wordt alleen zwarte inkt gebruikt, hoogstens verschillende gradaties van
zwart. In duotonen wordt middelgrijs wel eens vervangen door magenta en
wit door geel, waardoor een sepia beeld ontstaat. In tritoon wordt een
derde kleur toegevoegd en in quadritoon zelfs een vierde. Het aantal combinaties
is onbeperkt en een breed scala van creatieve mogelijkheden ligt open.
Als je het leuk vindt is het een terrein dat zeker een nader onderzoek
waard is. Een stel van vooraf ingestelde curves is in Photoshop beschikbaar.
Je kunt naar eigen smaak deze curves aanpassen en zo je eigen stel ontwerpen.
Sepia is slechts één van de mogelijkheden.
Tritonen in Photoshop; dit
zijn de instellingen om sepia te amken zoals in Oefening #2 verder op
in dit artikel
9 - Lichtgevoeligheid van de film
De gevoeligheid van de film is een aspect dat in landschapfotografie nauwelijks
een rol speelt en daarom besteed ik er nu pas aandacht aan. Ik gebruik
de laagste - of de laagst beschikbare - gevoeligheid. Tegenwoordig werk
ik met Fuji Provia, een ISO100 film. Velvia is een ISO50 film, terwijl
het verschil in korrel in beide films verwaarloosbaar is. Van Velvia is
ook een ISO100 versie beschikbaar die nauwelijks meer korrel heeft dan
de ISO50. Voor landschapfotografie geldt als regel hoe minder gevoelig
de film, hoe minder korrel, des te beter.
Persoonlijk volg ik nog een andere regel: Ik gebruik dezelfde ISO waarde
voor al mijn films als ik verschillende filmsoorten gebruik. Als ik bijvoorbeeld
zowel kleurenfilm als zwart-wit gebruik, neem ik een ISO100 zwart-wit
film, Kodak T-Max 100 samen met de Fuji Provia. Bij kleuren negatief en
positief film werk ik in beide gevallen met ISO100. Hierdoor vermijd ik
verwarring in het meten en berekenen van de belichting. Ik kan de ISO
waarde van de belichtingsmeter onveranderd laten. In feite wijzig ik bijna
nooit de ISO waarde van de meter. Zou ik met steeds verschillende ISO
waarden werken dan liep ik onvermijdelijk het risico dat ik een keer zou
vergeten om de ISO waarde aan te passen en een hele film zou hetzij over-
of onderbelicht zijn. Als je een camera gebruikt met DX codering dan heb
je daar geen last van, maar met een losse meter, waarmee ik werk bij de
4x5 camera, is het zeker oppassen geblazen.
Bij digitale camera's is het onderwerp lichtgevoeligheid van een geheel
andere orde. Je kunt namelijk de ISO waarde om de haverklap veranderen
tussen de opnamen door. Een druk op de knop en een zwieper aan een wieltje
en je gaat van ISO100 naar ISO1600. Bij afnemend licht is dat heel prettig
en bij de betere camera is het kwaliteitsverlies minimaal tussen ISO100
en ISO400.
Het is beter om ISO100 als je standaard instelling te hanteren, tenzij
er behoefte is aan een snellere sluitertijd. De kwaliteit bij een lagere
ISO waarde is marginaal beter. En voor landschapfotografie is de sluitertijd
niet belangrijk als je vanaf een statief werkt, hetgeen ik je in elk geval
aanraad. Als je het niet doet, begin er dan mee. Het gebruik van een statief
leidt ontegenzeggelijk tot een betere kwaliteit van je foto's.
 |
 |
Panorama van Spiderock in een sneeuwstorm; Ook
hier is het origineel een kleurendia. De zwart-wit versie heb ik alleen
maar gemaakt als illustratie bij dit artikel. Het origineel heb ik afgedrukt
als een panorama van 150cm breed. De zwart-wit versie is alleen de moeite
waard ter vergelijking.
10 - Oefeningen ter verbetering van de fotografische
vaardigheid.
De volgende oefeningen zullen er toe bijdragen dat je kennis omtrent "film
keuze" toeneemt. Zij laten je zien wat filmkeuze - of RAW conversie
- kan betekenen en hoe ze een bepaalde foto kunnen veranderen in een totaal
andere.
Oefening #1
Neem dezelfde foto met exact dezelfde compositie in kleur en zwart-wit.
Zoek een tafereel op dat er in kleur en in zwart-wit aantrekkelijk uitziet.
Maak de foto's kort na elkaar onder identieke licht condities. Bij anloge
fotografie zul je met twee bodies moeten werken. Bij digitale fotografie
stel je de RAW conversie in op zwart-wit. Vergelijk de foto's en bepaal
welke jou het beste bevalt.
Opklaring na een winterstorm boven Spiderock; het
origineel is een kleurendia. De omzetting in grijswaarden deed ik in Photoshop.
Hoewel ik jaren in zwart-wit heb gefotografeerd, vind ik er steeds minder
voldoening in dan in kleur. De zwart-wit versie heb ik niet afgedrukt.
Oefening #2
Maak van dezelfde foto zoveel mogelijk verschillende variaties: meer verzadigd
of juist minder, zwart-wit, sepia in variaties (meer of minder bruin).
Bekijk de mogelijkheden van duotoon, tritoon en quadritoon. Het handboek
van Photoshop vertelt je hoe dit moet. Ga in verschillende gevallen tot
het uiterste en stel voor jezelf vast wat je mooi vindt en wat niet.
Spiderock in de lente; zes
variaties. Links boven staat het origineel en daarnaast minder en meer
verzadiging. De onderste rij laat een zwart-wit versie zien en daarnaast
een sepia en een sepia tritoon.
11 - Besluit
"Filmkeuze" is nog even relevant als in de tijd dat er alleen
maar film bestond. De film is van belang bij je keuze van de soort foto
die je wilt maken. We maken die keuzes vaak onbewust en ook de RAW conversie
in Photoshop gebeurt vaak onbewust. Als we hierover bewuster nadenken
zal dat leiden tot betere foto's en we krijgen meer grip op de afwerking
van onze foto's.
Hier geldt vooral: ervaring opdoen door veelvuldig oefenen. Neem ook de
kans waar om aan specifieke workshops mee te doen.
Spiderock vanaf de bodem van de Canyon de Chelly;
De zwart-wit versie komt vanaf de kleurendia.
Hoewel ik veelal aan kleur de voorkeur geef vind ik het soms moeilijk
om een keus te maken. Zwart-wit kan ook heel mooi zijn
|