|
|
|
|
|
8-01-2005
|
ESTHETICA EN FOTOGRAFIE |
|
| Dit artikel van Alain
Briot is het zesde in een serie van negen verhandelingen die zich richten
op de esthetische aspecten van fotografie met de bedoeling om de fotograaf
te helpen bij het maken van smaakvolle foto's, die de moeite waard zijn
om te bekijken. Dit verhaal behandelt de vele aspecten rond de belichting. |
|
|
DEEL 6 - DE BESTE BELICHTING 1 - Inleiding 2 - Het belang van een goede belichting 3 - Grijskaarten, onderbelichting en overbelichting |
|
![]() |
De maan bij Tear Drop Arch, Monument Valley, Utah, USA. Deze foto had gemakkelijk overbelicht kunnen zijn als de gemiddelde meteruitslag zou zijn gebruikt. Om het detail van de maan en de wolken tot zijn recht te laten komen moest de rots beduidend worden onderbelicht. Hoewel er nog enig detail in de rots zichtbaar is besloot ik om - behalve de linker bovenhoek - de rots in zwart af te drukken om de grimmige kwaliteit van het beeld te benadrukken. |
|
|
|
![]() |
Lomaki Ruin, Wutpaki National Monument. Linhof Master Teknica 4x5, Rodenstock 150mm, Fuji Provia 100F. Deze foto vertoont een geweldig contrast vanaf de schaduwpartij van de ruine tot de bergen en de lucht. Om nog enige details in de ruine te laten zien moest ik de bergen bijna overbelichten. Als ik het contrastbereik van de film niet had geweten, dan zou ik de juiste belichting niet hebben kunnen berekenen. |
5 - Het belang van het histogram Met de komst van digitale vastlegging werd een nieuw hulpmiddel geïntroduceerd voor het bepalen van de juiste belichting: het histogram. Met een histogram hebben we niet alleen gegevens over de juiste belichting vóór de opname, maar tevens een beeld van het resultaat ná de opname. Het histogram geeft informatie over: - het contrastbereik van het tafereel waar de verschillende belichtingswaarden liggen of in alle onderdelen de details zijn vastgelegd. In dit opzicht is het histogram het beste wat fotografen is overkomen sinds de uitvinding van de belichtingsmeter. Een histogram vervangt de belichtingsmeter niet. Die hebben we nog steeds nodig om de belichting te berekenen. Het histogram verschaft ons echter de informatie die we vroeger pas in de donkere kamer kregen en dat is een overzicht van de verdeling van de verschillende onderdelen. Sommige histograms zijn monochroom, andere geven drie kleuren weer. Een monochroom histogram laat zien waar de helderheidwaarden in de foto zitten. Een drie-kleuren histogram laat zien waar de helderheid in de drie primaire kleuren - rood, groen en blauw - zijn vastgelegd. Je kunt nu bij een drie-kleuren histogram de helderheid van de afzonderlijke kanalen beoordelen. Helaas hebben de meeste digitale camera's geen drie-kleuren histogram; toch geeft het monochrome histogram ons zoveel informatie dat we een nieuwe opname van het zelfde tafereel kunnen maken met een gecorrigeerde belichting. |
|
| 6 - Bracket, bracket, bracket. Jarenlang hebben fotografen een simpel middel toegepast om tot de juiste belichting te komen: bracketing. Bracketing is het maken van verschillende opnamen van het zelfde tafereel, maar ieder met een enigszins andere belichting in de aan zekerheid grenzende verwachting dat één van de opnamen de juiste zal zijn. Bracketing laat dus zien dat het proefondervindelijke nog steeds opgeld doet. Ondanks voortdurende verbeteringen in materiaal, techniek en werkwijze blijft er een stukje te raden over. Bracketing biedt een universele toepassing bij moeilijke belichtingen. Je hoeft alleen maar te zorgen dat je zo dicht mogelijk in de buurt bent. |
|
![]() |
Zonsopgan in de winter, Zion National Park, Utah, USA. Hasselblad 503CW, Zeiss 150mm, Fuji Provia 100F Het meten van dit tafereel kan een echte uitdaging zijn. Ik maakte slechts een opname, die er goed uit kwam omdat ik wist dat ik de sneeuw partijen in de schaduw gemiddels grijs wilde hebben. Ik bepaalde met een spotmeter dat deel aan de linker bovenkant. Het gevolg was dat de rots rechts boven tamelijk donker werd en de sneeuw op de bomen in het zonlicht werd bijna wit. Zo'n tafereel is echter uitermate geschikt voor bracketing als je niet helemaal zeker van je zaak bent. Je kunt beter voor twee ankers gaan liggen om een marine term te gebruiken. |
Zelf bracket ik met film en met digitale opnamen. Met film is het de extra uitgave meer dan waard. Bij digitale opnamen spelen extra kosten geen rol en behoort bracketing tot een tweede natuur te worden als de juiste belichting erg moeilijk is of als je onvoldoende tijd hebt om de juiste belichting te bepalen. In de praktijk bracket ik met één sop over en één stop onderbelichting vergeleken met de berekende belichting. Maar soms is een halve stop over en onder beter. Bij voorbeeld als mijn berekende belichting is f.22 bij ¼ seconde dan maak ik een opname met deze instelling en een opname bij f.22 en ½ seconde en nog een bij f.22 en 1/8. Nu heb ik een ruimte van twee stops en dat geeft mij in de meeste gevallen de verzekering dat ik tenminste één goed belichte opname heb. Bij digitale opnamen wordt aanbevolen om "naar de rechterkant" te belichten zoals Michael Reichmann zegt. Deze benadering stoelt op het verschijnsel dat digitale camera's meer informatie in de hoge waarden vastlegt dan in de lagere waarden. Naar de rechterkant belichten betekent overbelichten. Maar hoeveel? Net zoveel als nodig is om de hoogste waarden helemaal naar de rechterkant van het histogram te bewegen zonder over de schreef te gaan. Het betekent tevens dat je de belichting bij de conversie van het RAW bestand terugbrengt naar de normale belichtingswaarde. De winst is een beter beeldkwaliteit vooral in de middelste waarden en in de schaduwpartijen waarin extra informatie werd vastgelegd tengevolge van de overbelichting. Als je "naar rechts" belicht moet je er op bedacht zijn dat een beeld uit drie kanalen (rood, groen en blauw) bestaat en dat het niveau van helderheid verschillend is voor elk kanaal afzonderlijk. Heeft je camera een histogram met slechts één kanaal wees dan voorzichtig met overbelichten omdat je dan per ongeluk één of twee kanalen te veel overbelicht. Natuurlijk is het veruit ideaal om een camera te hebben met een driekanaals histogram zodat je de kanalen kunt beoordelen. Helaas zijn er ten tijde van het schrijven van dit artikel (april 2004) maar weinig van zulke camera's op de markt. Bij het belichten met een enkelkanaals histogram maak ik altijd een opname met één en soms ook nog een opname met twee stops onderbelichting. Ik bereik hiermee, dat niet één van de kanalen is gekiept en dat ik dus alle informatie in een bestand beschikbaar heb. Het kost me uiteindelijk niets extra en ik kan op het LCD scherm van de camera beter een onderbelicht dan een overbelicht beeld beoordelen, wat handig is om te voorspellen hoe de kleuren er op de uiteindelijke afdruk uit zullen zien. |
|
![]() |
Zonsopgan in de winter, Zion National Park, Utah, USA. Hasselblad SWCM-CF, dedicated Zeiss Biogon 38mm, Fuji Provia 100F Nog een moeilijk tafereel. In de eerste plaats veranderde het licht erg snel door de opkomende zon en ten tweede was het contrast erg groot door zonlicht en de diepe schaduw. Ik had geen tijd voor bracketing omdat de wolk snel verdween. Het tafereel laat de details gelukkig zien. De schaduwen lijken blauw door de weerschijn van de blauwe lucht. |
7 - Maak een studie van het tafereel dat je gaat fotograferen Fotografische onderwerpen zijn niet gelijk en je kunt ze niet allemaal op de zelfde manier belichten. Vandaar het belang van een grondige studie van het onderwerp. Er zijn drie gevaren waarop je moet letten. A - Erg heldere onderwerpen Erg heldere onderwerpen zullen veelal je meter in verwarring brengen en onderbelichte opnamen tot gevolg hebben. Je meter wil immers alles terugbrengen tot een 18% neutraal grijs. Als het onderwerp wit is en je wilt dat het als wit naar voren komt moet je overbelichten om tegenwicht te bieden aan de poging van de meter om alles grijs te maken. Een typisch voorbeeld is sneeuw, dat per definitie wit is, sterk reflecteert en de oorzaak is van vele onderbelichte foto's. Sneeuw moet je één of twee stops overbelichten, waarbij het belangrijk is of de sneeuw zich in het zonlicht of in de schaduw bevindt. Sneeuw in de schaduw hoeft minder te worden overbelicht, tenzij je het helderder wilt dan het in werkelijkheid is. Oppervlaktes met heldere weerschijn zijn een ander potentieel gevaar voor onderbelichte foto's. Zonlicht reflecterend in water of een metalen voorwerp dat rechtstreeks door de zon wordt beschenen of zelfs een heldere bergwand moeten allemaal worden overbelicht met één of twee stops in vergelijking met de gemeten waarden. Opnieuw, de meter leest de helderheid correct maar vertaalt dat naar 18% grijs, terwijl de werkelijkheid dichter bij wit ligt. B - Erg donkere onderwerpen Erg donkere onderwerpen kunnen de meter eveneens in verwarring brengen. Deze keer leidt dat tot overbelichting teneinde tot grijs terug te brengen wat in werkelijkheid zwart of bijna zwart is. Een typisch voorbeeld is tegenlicht bij zonsopkomst met de omtrek van rotsen, bergen, monumenten of bomen. Je kunt deze elementen het beste zuiver zwart laten omdat het bijna niet mogelijk is om zowel details in de donkere partijen als in de luchten te krijgen. Je meter zal wederom proberen alles tot 18% grijs terug te brengen. Onderbelichting met één of twee stops is de oplossing voor een juiste belichte foto. Evenzo vragen zwarte of donkere onderwerpen om enige onderbelichting als je wilt dat ze als donker of zwart op de foto verschijnen. C - Snel wijzigende lichtniveaus Ik kan er niet genoeg de nadruk opleggen dat het belangrijk is om het lichtniveau in de gaten te houden bij kritische momenten als zonsondergang of zonsopkomst. Deze snelle verschillen zijn met het blote oog moeilijk waar te nemen. Zo ook de aanwezigheid van wolken die dan wel en dan weer niet voor de zon drijven maken het de fotograaf niet gemakkelijk. In die omstandigheden past ons oog zich aan die veranderingen aan en hebben we de verschillen in helderheid niet in de gaten. Houd het licht voortdurend in het oog. Vooral als je met handmatige instellingen en een losse meter werkt, zoals ik doe met 4x5. Toch gaat het ook op voor automatische camera's. Donkere partijen bij zonsondergang worden verlicht bij zonsopkomst en brengen de ingebouwd meter in verwarring. Of de camera overbelicht iets wat in werkelijkheid donker moet zijn. |
|
| 8 - Hoge contrasten overbruggen Wat moet er gebeuren als het contrast zo hoog is dat je er niet in slaagt de belichting zo vast te stellen dat je zowel in de schaduwen als in de hooglichten de details behoorlijk kunt weergeven? Wees er van verzekerd dat je niet de enige bent die met dit probleem worstelt. Het heeft fotografen dwars gezeten vanaf het allereerste begin van de fotografie. Gelukkig zijn er de volgende mogelijke oplossingen. A - Tweeledig neutraal grijsfilter. Tweeledig neutraal grijsfilter is een filter dat uit twee delen bestaat: onderaan een helder deel en een neutraal grijs deel bovenaan. Het heldere deel is groter dan het grijze deel, gewoonlijk in de verhouding 2:1 of 3:1. De overgang tussen helder en grijs verloopt geleidelijk. Deze filters zijn er in zowel éénstops, tweestops, driestops of meer. Voor mij heeft de éénstops of de tweestops de voorkeur. Een sterker filter maakt het effect te nadrukkelijk en onnatuurlijk. Een zachte overgang heeft daarbij de voorkeur omdat de overgang dan niet zichtbaar is op de film. Het gebruik van het filter is eenvoudig. Plaats het in een houder voor het objectief en schuif het omhoog of omlaag totdat je de juiste plaats hebt gevonden. Een veel voorkomend gebruik van het filter is ter compensatie van de helder lucht bij zonsopkomst of zonsondergang. Je plaatst het grijze deel over de luchtpartij en de overgang ter hoogte van de horizon. Zelf kun je nog talloze andere gebruiksmogelijkheden verzinnen. |
|
![]() |
![]() |
![]() |
Bistro in Parijs, Canon 300D met aangepaste lens 18-55mm Deze drie foto's tonen een perfect voorbeeld van digitaal
sandwichen. Ik maakte één opname. Toen ik die later vanuit
RAW omzette merkte ik dat ik niet in alle onderdelen details kon laten
zien. Daarom maakte ik twee conversies, één voor de hooglichten
en één voor de schaduwpartijen. Vervolgens voegde ik de
twee bestanden in Photoshop samen. Dit kost weinig moeite en met de borstel
kun je precies aanpassen wat je wilt. De derde foto is het resultaat. |
|
B - RAW conversie voor de hooglichten en voor
de schaduwpartijen. C - Hooglichten en schaduwpartijen scannen D - Sandwiches |
|||
![]() |
Onderste ruïne, Tonto National Monument, Arizona, USA Deze foto bevat twee scans van verschillende dia's. Ik realiseerde me het grote contrast en besloot twee opnamen te maken om de details van de lucht en van de rotsen te pakken. In Photoshop voegde ik ze samen op twee lagen en gebruikte een laagmasker om die delen te verwijderen die ik niet wilde hebben. Hoewel er enig detail in de rechter hoek is terug te vinden gaf ik toch de voorkeur aan puur zwart in de afdruk, zoals bij de Tear Drop Arch. |
9 - Maak jezelf vertrouwd met losse belichtingsmeters Een losse belichtingsmeter, vooral een spotmeter, is een waardevol hulpmiddel om een tafereel door te meten, zelfs als je camera een ingebouwde meter heeft. Ik gebruik een losse spotmeter steeds als ik een tafereel moet meten dat uit het oogpunt van belichting nogal wat vergt. Hieronder zijn enkele voorbeelden van losse belichtingsmeters. |
|
A - Gossen Prosix analoge meter met spot hulpstuk
(Luna Pro is de aanduiding in Amerika)![]() |
![]() |
Deze meter gebruik ik sinds 1980. Het spot hulpstuk biedt een meethoek van 7,5 of 14 graden; ik gebruik meestal de instelling van 7,5 graden. De naald wijst naar de meetwaarde als die bij de nul in het midden van de schaal wordt geplaatst. Als je de hooglichten van een tafereel meet en de meetwaarde op +2 zet en dan de schaduwpartijen meet kun je direct zien of de film het contrastbereik kan overbruggen. Twee stops kunnen de meeste diafilms aan zonder dat de hooglichten worden uitgevreten. De cirkelvormige schaal onder het instelwiel biedt alle informatie over de combinaties van diafragma en belichtingstijd en tevens gegevens over de toepassing van het zonesysteem. |
|
B - Gossen Starlite digitale belichtingsmeter ![]() |
![]() |
Dit is de digitale versie van de Luna Pro. Hij biedt het voordeel van een 1 en 5 graden meethoek, flits meting,omgevingslicht en nog veel meer. Je kunt verschillende gebieden van het tafereel meten en de meter berekent dan de gemiddelde belichtingswaarde. De meter is erg nauwkeurig maar geeft naar mijn smaak niet de directe vergelijkbare waarden van de analoge meter. Digitale meters met vergelijkbare functies komen ook van onder andere Seikonic en Minolta. |
|
C - Pentax 1 graads spotmeter![]() |
![]() |
Pentax introduceerde deze meter twintig jaar geleden en heeft hem onlangs uit de productie genomen. Het werd het voorbeeld voor de spotmeters en de favoriet voor vele fotografen. Het succes is te danken aan de betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en eenvoud in gebruik. De meter heeft een vaste beeldhoek van 1 graad en geeft een meetwaarde in de zoeker. Deze meetwaarde kan op de instelring worden ingegeven en de bijbehorende combinatie van diafragma en belichtingstijd kan worden afgelezen. Ook de plaats in het zone systeem kan worden afgelezen als de bijbehorende strip hiervoor is aangebracht. Nauwkeurige meetwaarden is een eerste stap in de gebruiksmogelijkheden van de meter. De tweede erg belangrijke stap is een goede waardering van het contrast. Een goede meter laat je gemakkelijk vaststellen waar de hooglichten en waar de schaduwpartijen zich bevinden. |
|
| D - Spotmeter ontmoet PDA
(Personal Digital Assistant) Zoals eerder opgemerkt hebben digitale camera's niet alleen een ingebouwde belichtingsmeter, zo kunnen ook een histogram laten zien. Naar mijn weten is er geen losse belichtingsmeter die ten tijde van het schrijven van dit artikel (april 2004) die deze beide functies combineert. Ik heb begrepen dat een histogram alle waarden telt die in een tafereel voorkomen en staat los van de gemeten waarden in een tafereel. Een histogram is dus gebaseerd op een foto en niet op een meterwaarde. Voor een histogram heb je een foto nodig en voor een foto heb je een lens nodig. Tot nu toe zijn belichtingsmeters niet in staat een opname te maken. Nu zou je natuurlijk een goedkope digitale camera kunnen nemen om een histogram te maken. Ik doe dat met de Canon 300D die ik regelmatig gebruik als een belichtingsmeter die opnamen kan maken. Maar daarnaast heb ik ook nog een spotmeter nodig en de verschillende functies van een losse belichtingsmeter. Er zijn PDA's, zoals de Sony Clie NZ90 die met een fotografische lens zijn uitgerust en lage resolutie opnemen kunnen maken. Als zo'n PDA nu ook nog een histogram zou kunnen maken en ook nog voorzien zou zijn van een spotmeterfunctie, zouden we een ideaal meetinstrument hebben. Een digitale spotmeter samenvoegen met een PDA met zoomlens, zou een spotmeter opleveren die foto's kan maken in- en uitzoomen, spotmeterwaarden van verschillende gebieden geven, het resultaat in een histogram weergeven. Dat histogram zou dan wel een driekleuren histogram moeten zijn om betrouwbare informatie over de drie kleurkanalen te verkrijgen. Het scherm zou met ongeveer 5x8 cm groter zijn dan het LCD scherm van een digitale camera. De spotmeterwaarden van de verschillende gebieden zouden in de opname kunnen worden aangegeven. Over- en onderbelicht gebieden zouden knipperen zoals nu in sommige digitale camera's gebeurt. De opslagmogelijkheden zouden het mogelijk maken om foto's op te slaan zodat je de gegevens later kunt terugzien. Deze gegevens zouden in speciale "Histogram en Belichtingsoftware" geopend moeten worden, onafhankelijk van browsers, RAW converters of beeldbewerkingsoftware. Het zou mooi zij als we de gegevens zouden kunnen printen en zelfs een combinatie maken een GPS systeem op de plaatsbepaling vast te leggen. Ik laat een voorbeeld zien van hoe zo'n meter er uit zou komen te zien. Met ongeveer het formaat van een PDA zou het veel kleiner zijn dan de Canon 300D en niet veel groter dan de huidige spotmeters. |
|
![]() |
![]() Een CLIE NZ 90 PDA met mijn versie van een belichtingsmeter PDA software. Te zien is een opname met de PDA, een drie kleuren histogram, thumbnails van andere opnamen een pipet en vergroter, samen met de belichtingsinformatie. Een zoomlens aan de achterkant van dit apparaat zou nodig zijn om van groothoek naar telefoto te zoomen en daarmee het instrument compleet maken. |
10 - Oefeningen ter verbetering van de fotografische vaardigheid Geen van de artikelen in deze serie zou volledig zijn zonder oefeningen. I weet dat veel lezers deze oefeningen naarstig bestuderen en daar om zijn er hier een paar speciaal voor dit artikel. A - Bepaal het algehele contrastbereik van een bepaald tafereel Dit is een eenvoudige oefening waarbij je met de meter het lichtste en het donkerste deel opmeet. Dit gaat het beste met een spotmeter, maar ook de ingebouwde belichtingsmeter kan dit aan. Je kunt dan proberen zo dicht mogelijk bij het te meten gebied te komen. Is de afstand te groot gebruik dan een lens met een lange brandpuntafstanden gebruik zo mogelijk de spotmeterf unctie van je camera. Als je de twee gebieden hebt gemeten tel je het aantal stops tussen de gebieden en dat is je contrastbereik. B - Meet de belangrijkste gebieden van een tafereel en schrijf de waarden in een schets van het tafereel. Toen ik begon te werken met mijn eerste grootbeeldcamera, in 1983, maakte ik schetsen van elk tafereel waarvan ik een foto wilde maken. Met de Pentax 1 graads spotmeter mat ik de lichtwaarden van de belangrijke onderdelen en schreef die waarden op de tekening. Het vergelijken van de deze aantekeningen met de uiteindelijke afdruk leerde mij enorm veel over de manier waarop licht wordt vastgelegd en over de manier waarop licht wordt vertaald in licht en donkere gebieden op de afdruk. De schets hoeft geen kunstwerk te worden; alleen de omtrekken van de gebieden volstaan. Hieronder is een voorbeeld zoals ik dat indertijd maakte samen met de foto. Op de schets zijn de lichtwaarden van de spotmeter weergegeven, die door de belichtingsmeter weer worden omgezet in combinaties van diafragma en sluitertijd. |
|
![]() |
![]() |
|
Bridge Mountain, Zion National Park, Utah. USA. Arca Swiss 4x5 monorail zoeker camera, Rodenstock 210mm, Polaroid Type 52 Zwart-wit film Dit is één van de schetsen die ik in 1983 maakte. Ik gebruikte transparant papier dat ik op het zoekerglas van de camera bevestigde. Er naast staan de overeenkomstige foto. Ik tekende de omtrek van de belangrijkste vormen, bepaalde de belichtingswaarden met de Pentax spotmeter en schreef die verschillende waarden in de tekening. Lichtwaarden zijn handig omdat je later kunt bepalen welke bijbehorende combinatie van diafragma en sluitertijd je wilt gebruiken. Van meer dan 100 4x5 foto's maakte ik vergelijkbare tekeningen gedurende mijn stage van zes maanden in het zuidwesten van Amerika. |
C - Bracket ruimschoots Bracket 5 stops over en onder de "normale" belichting. Hiermee maak je bewust over- en onderbelichte opnamen die veel lichter of donkerder zijn dan normaal D - Leer de schalen van diafragma en sluitertijd uit je hoofd. Hiervan heb je in het veld profijt. E - Zoek het contrastbereik van je film(s) of van je digitale camera Zie hoofdstuk 4 hierboven. Als je de aanwijzingen precies opvolgt weet je precies welk contrastbereik je kunt overbruggen. |
|
![]() |
De Hoodoos bij zonsondergang, Lake Powell Area, Arizona, Linhof 4x5 Master Teknica, Rodenstock 150mm, Fuji Provia 100F Zoals bij vele landschapfoto's met luchten en schaduwpartijen is het contrast in deze foto erg groot. De oorspronkelijke dia had overal details maar ik had verscheidene contrastmaskers in Photoshop nodig om een gevoel van licht en helderheid in de afdruk weer te geven. Uiteindelijk geeft de afdruk mijn gevoel weer ten tijde van de opname. |
|
11 - Conclusie |
|
|
________________________________________
Alle rechten voorbehouden © Henk Backer 2003 - 2011 |