|
|
|
|
|
8-01-2005
|
|
HET VIER / DERDE SYSTEEM
|
|
|
De eerste digitale camera's waren zogenaamde "point and shoot" camera's; richten en afdrukken en klaar was de foto. Naarmate de digitale techniek vorderde kwam men steeds dichter in de buurt van de eenogige reflexcamera, weliswaar nog zonder verwisselbaat objectief. Voor al deze camera's kon men een sensor gebruiken die optimaal was aangepast aan de formule van de camera. Anders werd het toen men opschoof in de richting van de eenogige reflex met verwisselbare objectief. Toen moest een stukje van de vrijheid van de ontwerper worden ingeleverd omdat er al objectieven bestaan voor het 35mm concept. Camera's werden in het begin van de twintigste eeuw ontwikkeld in het 35mm formaat om profijt te trekken van de 35mm film die al in gebruik was om speelfilms te maken. Spoedig werden zij wereldwijd de standaard camera's. Vandaag de dag, bij de komst van het digitale tijdperk, wordt veel aandacht besteed aan de ontwikkeling van de digitale SLR (éénogige reflex) camera. Tengevolge daarvan wordt er veel onderzoek verricht naar de beste algemene standaard voor digitale SLR camera's. Daarbij zouden een aantal camerafabrikanten - met Olympus als voortrekker - graag het Vier / Derde Systeem willen introduceren. Een nieuwe standaard voor het digitale SLR camera systeem dat het optimale evenwicht zal kunnen bereiken tussen beeldkwaliteit, afmeting van de camera body en de uitbreidingsmogelijkheden van het systeem. Het Vier / Derde Systeem gebruikt een beeldsensor met een standaard afmeting (4/3 maal een inch, vandaar de naam). Het sterkste argument is dat het de prestaties van zowel de beeldsensor als van de lens maximaal kan uitbuiten. Digitale camera's met een beeldsensor overeenkomend met het 35mm formaat
hebben het voordeel dat ze volledig uitwisselbaar zijn met de lenzen die
voor analoge camera's zijn ontwikkeld. Alleen komen er onvolkomenheden
voor door de structurele verschillen tussen film en beeldsensoren. Het
35mm formaat voor analoge toepassing hoeft niet zodanig te zijn dat het
licht in rechte lijn op de film valt. Film kan namelijk ook worden belicht
als de lichtstralen er in een schuine hoek op vallen. De beeldsensor is
in wezen een chip met pixels, die in een regelmatig patroon zijn neergelegd.
Ieder pixel heeft in de verdieping een fotodiode. Dit heeft tot gevolg
dat het licht de diode het beste kan bereiken als het er loodrecht op
valt. Als een 35mm lens op een digitale camera wordt gemonteerd zal onvoldoende
licht op de zijkanten van de sensor vallen waardoor er een vaag beeld
ontstaat met een onnauwkeurige kleurweergave. Dit verschijnsel wordt nog
versterkt door groothoeklenzen. Dankzij dit ontwerp van de lensvatting kan het licht de beeldsensor nagenoeg
overal in een rechte lijn bereiken wat heldere kleuren en scherpe details
oplevert, zelfs aan de randen van het beeld. Daarbij komt nog dat de Vier
/ Derde beeldsensor vier tot vijf keer het oppervlak kan hebben van de
2/3 of 1/1.8 sensor, die in de "point and shoot" camera wordt
gebruikt. Deze sensor kan de resolutie van de 35mm camera evenaren of
zelfs overtreffen. Daarbij komt nog dat de effectieve lensopening kleiner kan worden. Lichtgevoelige lenzen kunnen als gevolg daarvan korter worden. Dit biedt een grotere flexibiliteit bij het fotograferen met weinig licht of met een korte sluitertijd. Het Vier / Derde Systeem kan de diameter van de lensvatting standaardiseren. Het systeem is "open systeem". Als het als standaard wordt geaccepteerd zal het een grotere flexibiliteit opleveren. Consumenten zullen vrijelijk kunnen wisselen van body en lens, die door verschillende fabrikanten zijn vervaardigd. |
|
|
________________________________________
Alle rechten voorbehouden © Henk Backer 2003 - 2009 |